Waarom wij ertoe doen

Het belang van ‘getuige’ zijn

Voeg ik wel wat toe? Doe ik mijn werk wel goed? Wat maakt mij anders dan de buurvrouw of de kapper?
Dit zijn vragen die nogal eens voorbijkomen als ik coaches of therapeuten begeleid die werken met mensen met verlies.

Machteloosheid

Als er iets is dat de omstanders een machteloos gevoel kan geven, dan is dat begeleiden bij verlies. Dit leidt er met regelmaat toe dat de omstanders (of dit nu een goede vriend is, de buurvrouw, een familielid, en soms zelfs ook de coach of therapeut) gaan grijpen naar ‘oplossingen’. Goed bedoelde (maar vaak ongevraagde) adviezen over hoe de rouwende persoon het ‘beter’ kan doen. Hoe hij/zij hieruit kan komen.
Want dat is wat men wil (de omstanders dus) dat de rouwende hieruit komt. Laten we wel wezen, deep down wil de rouwende zelf ook ‘eruit komen’. Maar ook weer niet.

Niet uit de rouw willen komen

Ook weer niet? Hoezo niet dan?
Omdat de diepe pijn van het missen van iemand, of iets, je ook meteen verbindt met die persoon. Om die verbinding om te gaan vormen tot iets anders, is, zeker in het begin, niet te doen. Dat maakt dat de rouwende (onbewust) vast wil houden aan dat intens verdrietige gevoel. Nogmaals, dat maakt het voor de omgeving bijzonder ingewikkeld. Dan komen er nogal eens teksten voorbij als “hij blijft er zo in hangen”, of “het gaat maar niet over”. Daarmee is de erkenning die men kan geven aan de rouwende, vaak en helaas, ver te zoeken.

Regelmatig krijg ik reacties op mijn nieuwsbrieven vanuit de mensen die mij volgen. Zo reageerde Marianne op een nieuwsbrief die ik had verstuurd met een tekst die ongeveer was, zoals boven beschreven.

Dit was haar reactie (die ik ook absoluut van haar mag delen):

Je door een ander/ de anderen niet erkend voelen in je pijn, verlies, wanhoop en verdriet?

Daarmee geef je de ander(en) veel macht en ook veel verantwoordelijkheid.

Misschien is rouwen vooral ook een leerproces om jezélf erkenning te geven in je pijn, verlies, wanhoop en verdriet.

Begrijp me goed: ik heb anderen erg nodig gehad in deze moeilijke periode in mijn leven en ik heb hun steun, hun blijven luisteren, hun betrokkenheid op mij, héél erg gewaardeerd en ook beleefd als de reddingsgordel waardoor ik bleef drijven. Ik heb feilloos ervaren wat mij in hun ‘helpen’ wel hielp en wat niet. 

Eigenlijk is dat vooral en alleen ‘er zijn, in verbinding ER ZIJN’, wat zo helpend is. Zodat je je minder alleen voelt, je begrepen voelt en bevestiging krijgt dat je het goed doet.

Uiteindelijk en dat geldt voor alles, moet je het zelf aangaan, zelf doen.

Het doet me denken aan een tante die recent – een half jaar na de dood van haar tweede man, een eind aan haar leven maakt
Ik begreep haar zo goed: dat ze dit rouwproces niet een tweede keer aan kon/ wilde. 
En ben tegelijkertijd verbaasd: ik was in mijn rouwen er voldoende dichtbij om te hebben ervaren hoeveel moed en doorzettingsvermogen het vraagt om een einde aan je leven te maken.
Meer dan voor doorgaan met leven? Of misschien even veel? 

Het zal voor iedereen anders zijn.

In de context van dit alles, merk ik dat jouw tekst van vandaag bij mij een reactie oproept:
Uiteindelijk kom je er niet – niemand – door van anderen te verwachten dat zíj jouw pijn op allerlei vlakken erkennen en zien. 
Het werkt in de hand dat als dat niet gebeurt er een beleving ontstaat – en daarover opnieuw rouw, van een niet erkend voelen, niet gezien worden, tekort gedaan, miskend. 

Een vorm van slachtoffer denken.

Langzaam ontdek ik dat: liefde, liefdevol zijn met jezelf, toestaan en verdragen van de pijn die het leven je brengt, echt in het moment zijn, afremmen van gedachten over wat anderen je aandoen, helpt.
En het onderkennen dat anderen ook behoefte hebben aan liefde en je niet zozeer iets aan willen doen, maar vaak reageren vanuit een heel naar gevoel van machteloosheid.

– einde citaat –

Wat een prachtige reactie van Marianne heb ik daar gekregen en zo waar. Het getuigt bij Marianne van een enorme wijsheid. We weten dit, diep in onszelf. We weten dat we de erkenning uit onszelf moeten halen. We weten dat verwachtingen hebben van anderen vaak meer tot teleurstelling leidt dan dat het ons helpt. We weten het allemaal, toch blijven we ernaar zoeken en komt de cliënt uiteindelijk bij ons als hulpverlener terecht. Misschien wel juist omdat het bij de omgeving niet meer lukt. Omdat de cliënt dan het idee krijgt dat hij het, of iets, niet goed doet. Twijfelen aan jezelf op dit existentiële moment in je leven, kan leiden tot een ‘verkeerde’ weg omhoog uit het dal.

Verkeerde weg uit het dal

Wat bedoel ik met ‘verkeerde weg’? Als de rouwende leert dat doorgaan de enige manier is, doorgaan en gevoelens van pijn vermijden (omdat de omgeving zich daarvan afkeert) dan worden die gevoelens opgeslagen in het lijf. Ze gaan diep van binnen een eigen leven leiden. De cliënt leert iets anders te doen dan wat zijn of haar gevoel haar ingeeft.

Misschien is het wel net als met opgroeien: als onze ouders ons vertellen dat we iets niet mogen/moeten voelen, daar gaat het gevoel niet van weg. Het gaat ervoor zorgen dat we het gevoel wegstoppen, en dat we daar wellicht jaren later, last van krijgen.

Doordat wij als hulpverlener getuige zijn van de verhalen die onze cliënten ons vertellen, door daar oordeelloos naar te kunnen luisteren, helpen wij onze cliënten hun gedachtes te ordenen, op een rijtje te krijgen wat ze ervaren, naar oplossingen te zoeken vanuit zichzelf, te snappen wat er diep van binnen gebeurt.

Het getuige zijn is een essentieel onderdeel in ons werk. Dus de volgende keer dat jij je wellicht onzeker voelt en je afvraagt of je wel voldoende toevoegt, denk dan hieraan: getuige zijn. Oordeelloos luisteren en vragen stellen.

Je hebt / wij hebben vaak geen idee hoe veel waarde het heeft dat wij dat kunnen. Dat maakt ons anders dan de buurvrouw of de kapper, die direct in de oplossingsmodus schiet.

Winkelwagen