Hoe praat je met kinderen met verlies

Academie voor verlies biedt training voor het begeleiden van kinderen en jongeren

Nieuwe gevoelens als je rouwt

Kinderen zijn geen praters. Ze worden echt wel gestimuleerd om te vertellen over het verlies. Dan wordt er gezegd “Je mag er best over praten hoor”. Er worden vragen gesteld, zoals “Hoe gaat het met je? en “Wil je vertellen?” Maar kinderen zijn misschien wel kletsers, maar geen praters. Dat heeft vooral ook te maken met dat ze hun gevoelens nog niet kennen. Er komen allerlei nieuwe gevoelens aan bod als je rouwt als kind. Ik heb het nu met name over de wat jongere kinderen. Misschien dat je op de leeftijd van 14/15 jaar al wat meer grip hebt op je gevoelens en ze al wat beter begrijpt. Maar zeker die jongere kinderen die kennen die gevoelens nog niet. Als je iemand verliest van wie je veel houdt, dan komen er allerlei nieuwe gevoelens naar boven die ingewikkeld zijn om te benoemen, om te herkennen en ook zeker om er woorden aan te geven.

Hoe leert een kind over gevoel

Het herkennen van onze gevoelens begint al in de wieg. Je bent een klein baby’tje en je ligt in de wieg en je huilt. Jouw mama of jouw papa herkent het huiltje en die herkent dat je honger hebt. En dan hangt mama of papa boven de wieg terwijl hij of zij je oppakt en zegt dan “Je hebt honger hè? Nou, kom maar, gaan we lekker eten.” Natuurlijk is het niet zo dat in het brein van dat baby’tje het woord honger nu wordt gekoppeld aan dit huiltje. Maar na verloop van tijd, als dat vaak genoeg wordt gezegd, gaat dat dus wel gebeuren. En zo leren kinderen dan het gevoel van honger te koppelen aan het woord honger.

Nieuwe gevoelens in rouw

De confrontatie met een groot verlies brengt allerlei nieuwe gevoelens bij het kind naar binnen die het nog niet kent en waar nog zeker geen woorden aan gekoppeld zijn. Dus hoe verwachten wij dan van kinderen dat ze daarover kunnen praten? Dat ze die diepte kunnen zoeken van wat er gebeurt bij henzelf? Dat uiten doen ze veel meer creatief dan dat het gebeurt in woorden. Die creatieve uitingen kunnen er op verschillende manieren zijn. Kinderen kunnen tekenen, dat is een creatieve uiting die we allemaal herkennen. Kinderen tekenen heel veel.

Wat zie je in kindertekeningen

Kijk eens naar die tekeningen, want in die tekeningen kun je van alles zien. Ik ben geen kindertekeningen specialist, helemaal niet zelfs. Maar er zijn wel wat dingen algemeen bekend, zoals dat als kinderen geen handen tekenen, dan hebben ze geen gevoel van verbinding. Er zijn een aantal van die aanknopingspunten waaraan je bepaalde dingen kunt zien. Zou je dat bespreken met een kind, dan zegt een kind “Oh ja, die handen ben ik vergeten” en dan gaan ze ze erbij tekenen. Bij mezelf denk ik dan “nou, Freud zou er wat van vinden, die zou hebben gezegd “het onbewuste heeft dus niet die handen getekend, dus dat zegt iets”. In die tekeningen kunnen we al heel veel zien en dat kun je dan weer met een kind gaan onderzoeken en op die manier kun je tot woorden komen. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen “oh, het lijkt ook wel alsof dat kind zich niet goed vast kan houden, het heeft geen handen”. Natuurlijk kan een kind dan alsnog zeggen “die ben ik vergeten”, maar er komt al iets op gang bij het kind waar hij of zij over na kan denken. Waar kan het zich aan vasthouden? Wie houdt het kind vast?

.

Kinderen uiten zich creatief

Wat ook altijd mooi is om te zien als kinderen zich creatief uiten, dan uiten ze altijd wel iets wat in hun binnenwereld speelt. Maar die creatieve uitingen kunnen ook in muziek zijn. Dat kan in fotografie zijn als ze wat ouder zijn, of in poëzie. Het kan met kleien zijn, maar dat kan ook met spelen zijn. Het gewone spelen in de zandbak. Ik weet nog dat ik werd gebeld door een juf op een school. Daar zat een meisje van vier en haar papa was overleden bij een auto-ongeluk en de juf zei “ze heeft het er nooit over maar ze speelt allemaal van die nare spelletjes en dat stop ik dan iedere keer maar.” Want wat bleek? Dat meisje speelde begrafenisje. Ze wilde het erover hebben, maar daar had ze niet die woorden voor. Dus ze zei tegen de juf “Ik zit begrafenisje te spelen”. Dan speelde ze in de zandbak op school en dan was het iedere keer “jij bent dood en dan had ze een poppetje en dat begroef ze in het zand en dan haalde ze het er weer uit “Oh nou leef je weer”. De juf vond dat heel confronterend en heeft dat spel gestopt. Maar voor dit meisje was dit dé manier om grip te krijgen op wat is dat nou eigenlijk? Dood zijn en begraven worden. Ze was bij de begrafenis van haar vader geweest, ze had gezien hoe de kist naar beneden zakte. Hoe iedereen daar zand op ging gooien. Zij vraagt zich dan af (heel normaal op die leeftijd) “kan hij daar nu ook weer uitkomen.” Dat was ze met haar spel op die manier aan het onderzoeken. Als we dat afstoppen dan ontnemen we kinderen dus de mogelijkheid om dat door te werken. Wij volwassenen praten erover.

Volwassenen praten over verlies

Als volwassenen kunnen we gerust zeggen “maar zou die nou nog terug kunnen komen?” Of: “ik denk de hele dag dat ie dadelijk weer binnenkomt.” Of: “zouden we het terug kunnen draaien?” Of: “wat als ik nou eerder dit of dat had gedaan?” Dat is onze manier. Wij praten, kinderen spelen. Ik weet ook nog één voorbeeld van een meisje die speelde thuis ook veel dood na. Haar vader was overleden. Ik denk dat ze vijf was of misschien zes en op een gegeven moment had ik een oudergesprek. Meisje was bij mij in therapie, had ik een oudergesprek met de moeder en die moeder zei “tja we hadden een ladekastje staan, maar dat heb ik maar weggedaan want ze speelt de hele tijd dood. Dan trekt ze een laatje open en dan legt ze haar barbiepop erin. Dan duwt ze die la keihard dicht en dan zegt ze “zo, jij bent dood”. En dan haalt ze even later die barbiepop er weer uit.” En ik herkende het. Het spelenderwijs verkennen van haar nieuwe leven. Zo was dit meisje aan het onderzoeken: wat is dit nou eigenlijk, dat dood zijn?

Grip krijgen op wat er is gebeurd

Dat meisje probeerde er dus op deze manier grip op te krijgen. Als jij werkt met kinderen en jongeren in rouw, of je bent een ouder van een kind in rouw, let eens op wat ze spelen. Let eens op hoe ze zich creatief uiten. Als een kind de hele tijd verdrietige gezichtjes tekent, maar naar buiten toe de hele tijd lacht en vrolijk doet, dan zou je je voor kunnen stellen dat het kind van binnen zich toch best wel verdrietig voelt. En dan zou je daar het gesprek over kunnen kunnen hebben. Zeker als therapeut of als coach kun je dat gesprek aangaan. “Goh, dit lijkt me een heel verdrietig meisje wat hier getekend is.” Dan praat je ook in de derde persoon erover, dus dan zeg je niet “oh, je hebt jezelf heel verdrietig getekend.” Nee, je brengt het in derde persoon en tentatief. “Oh, dit lijkt me een heel verdrietig meisje.” Of je gaat vragen stellen “Hoe kijkt dit meisje nou?” Want misschien heeft dit meisje wel een boos kind getekend, terwijl jij er verdriet in ziet.

Gevoelspoppetje

Ik heb wel eens gehad dat ik een klei poppetje met een meisje maakte. Dat klei poppetje is dan een bolletje. Daar kunnen ze dan gezichtjes op tekenen en met pijpenragers maken we daar een lijfje aan vast. Het meisje had allerlei nuances van boosheid op dat gezichtje getekend. Tenminste, dat dacht ik. Dus ik zei “Oh, dat meisje kijkt wel boos.” Meteen werd ik gecorrigeerd: “nee, zei ze is helemaal niet boos, ze is verdrietig.” Waarop ik meteen kon vragen waaraan ik dat kon zien? Want voor mij leek het boos? Zouden mama en papa ook kunnen zien dat het verdrietig is? En zo ja, hoe zouden ze dat herkennen? Kinderen denken altijd dat de omgeving wel ziet hoe ze zich voelen, maar dat is dus maar de vraag.

Basisemoties

Bang, boos, bedroefd en blij, zijn natuurlijk de basisemoties waarbij de kinderen meestal wel kunnen komen. Maar andere emoties, zoals jaloezie, afwijzing, alleen, paniek, die kunnen opeens nieuw zijn. Dit zijn vaak emoties die zich wat verder in het leven pas ontwikkelen. Die zijn dan nieuw in rouw en die kunnen eruit komen met creatief werk. Bijvoorbeeld als een kind in de zandbak uitspeelt dat een ander kind niet mee mag doen. Dat zou kunnen raken aan het thema jaloezie of bang zijn dingen kwijt te raken. Door dat te onderzoeken breng je een kind dichter bij het gevoel waar het nou werkelijk over gaat. Soms kun je dat rechtstreeks koppelen aan het verlies van die dierbare en soms niet. Maar de boodschap van dit blog is voor mij vooral: verwacht niet dat kinderen hun gevoelens in een gesprek uiten, maar verwacht het te zien in hoe ze zich gedragen. Mocht je hier vragen over hebben, zoek vooral even contact met me.

Winkelwagen