Hoe ga je om met vastzittende verhalen

Hoe ga je om met vastzittende verhalen

Wij mensen zijn verhalenvertellers. Deze behoefte is misschien al zo oud als de mens zelf. Door te vertellen geven wij betekenis aan de wereld om ons heen. We hebben verhalen over onze jeugd, onze vrienden maar bovenal over onszelf.  Door ‘te verhalen’ reflecteren we op ons bestaan. De manier waarop we dat doen, maakt zichtbaar hoe we in het leven staan. We noemen dit onze grondtoon. Als je goed luistert is die hoorbaar in ieder verhaal. Maar hoe ga je om met vastzittende verhalen? De overtuigingen die mensen hebben.

De grondleggers van de Narratieve Therapie is Michael White (1950) een psychotherapeut uit Australië en Robert Neimeyer hoogleraar verlies en rouw heeft dit later uitgewerkt voor rouw (2005).

Verhalen in rouw

Niet alleen over het / hun leven zelf vertellen mensen zichzelf verhalen, ook over het verlies, over datgene of diegene die verloren is. Dat kunnen hele positieve verhalen zijn (waarvan de omgeving denkt “nou, klopt dit wel met de werkelijkheid? Want zo aardig was zij niet altijd hoor”), of sombere verhalen zijn “mijn leven wordt nooit meer wat”. Als hulpverlener hoor je de strakheid in het verhaal en weet je dat dit jouw cliënt (zeer waarschijnlijk) niet gaat helpen.

Verhalen leiden een eigen leven

Verhalen doen ertoe en kunnen dientengevolge een eigen leven gaan leiden. Ze worden, uiteindelijk, een overtuiging. Denk maar aan de verhalen die je jezelf vertelt: “ik moet hard werken anders kom ik er nooit”, of “ik ben te dik”. Het zijn verhalen die op elk moment in ons leven kunnen ontstaan. Hoe meer we de teksten naar onszelf blijven herhalen, hoe meer kans dat dit verhaal een overtuiging gaat worden. We veranderen als het ware de hersenstructuren zodanig dat dit ‘het (enige) verhaal is’. Goed nieuws: dit is ook terug te veranderen (dat is niet makkelijk, maar het kan).

Werkzame en niet werkzame verhalen

Er is een onderscheid tussen een werkzaam verhaal en een niet-werkzaam verhaal.  Een werkzaam verhaal kenmerkt zich doordat er nuances te horen zijn in de wijze waarop het wordt gepresenteerd. Er is ruimte voor een rijk scala aan emoties en biedt de toehoorder de mogelijkheid om verder reikende vragen te stellen. Een werkzaam verhaal evolueert in de loop der tijd. Het wordt bijgesteld en verandert van kleur en intentie. Een niet werkzaam verhaal is veelal kort en absoluut. Het laat geen ruimte voor twijfel en woorden zoals; altijd en nooit vallen veelvuldig.

Herkennen we dit niet ook in ons eigen leven? “Hij doet altijd zo….” Of “ik heb daar absoluut geen tijd voor”, of “dat gaat me nooit lukken”. Enfin, ik denk dat je zelf talloze voorbeelden kunt hebben over hoe deze ‘verhalen’ een eigen leven gaan leiden.

Verander je verhaal, verander je leven.

Een verhaal is ‘maar’ een verhaal. Byron Katie heeft daar met “The Work” heel veel aandacht aan besteed. Het komt er telkens op neer dat als je jezelf iets vertelt, je jezelf kunt afvragen “is het waar?” “Kun je absoluut weten dat het waar is?”, “Hoe reageer je als je die gedachte hebt?” en “Wie zou je zijn zonder die gedachte?”. Misschien heb je nog nooit van Byron Katie gehoord, bezoek haar website, er is voldoende materiaal om te lezen, waarmee jij jouw cliënten weer verder helpt.

Tony Robbins en Dr Joe Dispenza

Na afronding van mijn trainingen bij de Amerikaanse coach Tony Robbins en de training van Dr Joe Dispenza (Neuro Change Solution) is het mij steeds duidelijker geworden dat deze overtuigingen echt om te draaien zijn. Want zo vaak als je het niet werkzame verhaal aan jezelf hebt verteld, zo vaak kun je ook een werkzaam verhaal aan jezelf vertellen die je uiteindelijk ook kunt ‘geloven’, of liever gezegd, die jouw hersens gaan geloven. Denk aan “fake it till you make it”.

Nog steeds in rouw een uitdaging, maar ook daar kunnen we kleine scheurtjes gaan aanbrengen in de verhalen die rouwenden zichzelf vertellen.

Vastzitten in een verhaal

Blijven vastzitten in een verhaal zal niet tot verandering gaan leiden. Nu is het werken met verlies een complexe ‘bezigheid’ zullen we maar zeggen. Want tegelijkertijd hebben mensen het vasthouden aan het verhaal nodig om overeind te blijven. Alle houvast is al weggevallen, als het verhaal ook nog eens anders wordt, waar blijf ik dan?

Dit betekent dat het voor ons als hulpverleners van belang is om telkens ‘achter’ het verhaal te kijken. Wat vertelt jouw cliënt je? Kun je dat misschien heel voorzichtig ter discussie stellen? Ik denk aan een gesprek dat ik onlangs had. Sandra, een jonge vrouw van 28 jaar, van wie de relatie onlangs was stukgelopen, was teleurgesteld dat haar moeder niet goed had gereageerd op haar ‘langs de zijlijn opmerking’ dat ze er liever niet meer wilde zijn. Voor Sandra was het weer een bevestiging dat haar moeder niet om haar gaf. Haar moeder was in de oplossingsmodus gegaan.

Dit zijn hele pijnlijke momenten. Waarbij wij als hulpverleners waarschijnlijk ons kunnen voorstellen (we kunnen het dus nooit zeker weten) dat deze moeder enorm schrikt van de uitlating van haar dochter en alles zal doen om dit gevoel weg te werken, of op te lossen, of te verbeteren.

Niet oplossen

Als ik hulpverleners train dan vertel ik veelvuldig dat je op je handen mag gaan zitten in de gesprekken, omdat onze cliënten niet zitten te wachten op de oplossing. Dat is de kracht van de hulpverlener. Vragen stellen, aansluiten, verdiepen. Maar niet oplossen. De omgeving zal dat vaak wel doen, net als de moeder van Sandra dat deed. Dat raakte aan én bevestigde het narratief, het verhaal, dat Sandra zichzelf vertelt over hoe haar moeder naar kijkt en over haar denkt.

Ik vroeg haar “wat denk jij dat er bij een ander gebeurt als je zegt dat je er een eind aan wil maken?”. Ze werd stil en zei “dan worden ze verdrietig en bang”. Helemaal waar natuurlijk (denk ik, want ik kan het niet zeker weten). Waarop ik vroeg “Wat denk je dat het appèl is dat iemand voelt als een ander zegt dat hij er een eind aan wil maken?”. Daar kwam ze niet helemaal uit. Waarop ik zei “Ik kan me goed voorstellen dat het, in dit geval bij je moeder, direct leidt tot een gevoel van ‘ik moet dit oplossen’, zou dit kunnen?”

Ze keek me aan en ik zag het kwartje vallen.

Ik zou Sandra graag veel meer willen vertellen over hoe gedrag van de ene persoon iets kan raken bij de andere persoon, die daarop weer een bepaald gedrag laat zien. Dit zou ik haar kunnen laten zien met het lemniscaat dat we in de Emotionally Focused Therapy van Sue Johnson gebruiken, maar ik zie dat haar hoofd vol zit. Het lijkt alsof er een soort domino-effect optreedt en ze terugdenkt aan andere gesprekken die ze heeft gehad.

Dit ging over Sandra, maar wellicht heb jij al in je hoofd verschillende scenario’s naar boven gekregen die gingen over gelijksoortige gesprekken. Gesprekken waar je graag wilt aansluiten bij je client maar merkt dat ze in een ‘niet werkzaam’ verhaal zitten. De timing om dit niet-werkzame verhaal te gaan onderzoeken, is bij verlies cruciaal. Doe je het te vroeg dan zal iemand afhaken omdat je hem/haar niet begrijpt. Doe je het ‘te laat’ dan zit het verhaal zo vast dat er daardoor waarschijnlijk nog meer verloren is gegaan.

Hoe kun je iemands narratief onderzoeken

Het mensen ‘op verhaal laten komen’ doen we door de vragen die we stellen. Die voorzichtig zijn, tentatief en altijd worden gecheckt op een herkenning.

Vragen zoals: Hoe zeker weet je dat het is zoals je denkt?  Stel dat het anders is? Zou je er ook op een andere manier naar kunnen kijken?  Hoe zou dat zijn? Wat als…? enz. enz. Altijd in verbinding met je cliënt zodat je zult voelen of je te hard gaat.

Zo kan er geleidelijk een genuanceerder narratief ontstaan waarbij de absolute woorden zoals altijd en nooit (meer) ontbreken in het nieuwe werkzame verhaal.

Juist daar zit onze toegevoegde waarde als therapeuten/coaches of begeleiders: mensen bevragen waarmee we ze kunnen ‘uitdagen’ om op een ander verhaal te komen, een verhaal dat hen beter zal gaan helpen om bij hun veerkracht te komen, of in het leven te staan.

Winkelwagen